Raymond gestalkt in Bali

Dit verslag is voor de verandering geschreven door Dimitri, mijn kleine broertje van 25.

Al tijden geleden hebben mijn zus en ik besloten op vakantie te gaan naar Indonesië als onze bro daar ook was. Ik heb zelf enorme vliegangst en ik hou er helemaal niet van om geprikt te worden, maar speciaal voor mijn lieve broer had ik het over om drie keer ingeënt te worden en 16 uur te vliegen.

Na de nodige mentale voorbereiding, en een heel gedoe met het pakken van de koffers, 2 maanden later toch eindelijk gearriveerd op Schiphol en het vliegtuig in. Ondanks alle goede adviezen met betrekking tot het opstijgen en landen had ik geen kauwgum meegenomen. Gelukkig vond ik nog de nodige kauwgumresten op de “garbage and sick bag” die in het stoelvak zat, maar uiteindelijk heb ik ook dat niet nodig gehad.

Ik moet nu dus zeggen dat ik niet snap waarom ik ooit vliegangst had, maar ik snap nu wel eindelijk waarom iedereen het opstijgen en landen het mooiste vindt. Opstijgen omdat het vliegtuig wel 350 km per uur boekt, en daardoor adrenaline opwekt, en landen omdat dan eindelijk die doodsaaie vlucht er op zit! Jongen!!

Na een overstap van 4 uur op het vliegveld van Singapore, wat van buitenaf heel klein lijkt, maar waar je van binnenuit meer kilometers aflegt om van gate naar gate te komen dan bij een hardloopwedstrijd, en nog een vliegreis van 2,5 uur arriveerden we dan eindelijk in Bali.

En daar ging het meteen mis! Ondanks alle waarschuwingen van onze lieve broer in zijn eerdere blogs zijn wij meteen in een tourist trap gelopen. Na het visum en de paspoortcontrole werden wij door 3 mannen geholpen met onze koffers. “Wat een service!” dacht ik, maar achteraf bleek dat ze daar gewoon geld voor wilden hebben. En niet zomaar geld…. No no, no roepiahs, they worth not, give euro’s! ja in het nederlands zou ik daar kwaad om worden, maar in het indonesisch kan ik niet ruziën en engels begrijpen ze ineens ook niet meer, dus toen maar betaald, met het voornemen dat dit de enige keer was dat het misging.

Eenmaal buiten het vliegveld zagen wij eindelijk bro weer en nu waren wij meteen een stuk veiliger 😀 want al snel zou blijken dat Indonesiërs geen pretty boy zeggen, en ook geen justin bieber, maar “hello money”.

Ze zijn net als aasgieren, en in hun ogen is iedere blanke een rijke prooi waar zij om vechten om hun spullen aan te slijten. Dit gedrag, dat overigens verdomd veel op bedelen lijkt en vast en zeker de oorsprong is van de term bedelarmbandjes, voeren zij uit zonder zich te schamen en leren zij al van kinds af aan, terwijl hun Engels toch wel zo slecht is dat ze nooit het verschil tussen “yes” en “no” hebben geleerd. De enige juiste manier om hiermee om te gaan zonder enorm gefrustreerd te raken is om gewoon te doen alsof je niets hoort. Dat klinkt in eerste instantie raar, maar gelukkig went het enorm snel.

Tijdens onze activiteiten van de dag had Raymond een Hollywood planet gezien, en verslaafd als hij is wilde hij daar met ons eten. Het was wel een stukje lopen, maar hij wist de weg! Dat zei hij tenminste, maar na een half uur hadden we toch maar besloten een taksi te nemen.

De Hollywood planet hier is niet vergelijkbaar met die in London, maar het eten was goed en we hadden een wel heel gezellige ober. Ik heb iets geprobeerd waar rauwkost bij zat met iets dat wel op bonen leek, en ik besloot hier dan ook mee te beginnen. Pas toen ik er in beet had ik door dat dit geen boon was, en mijn eerste reactie was om het direct door te slikken. Als er dus iets is dat je vooral niet moet doen met groene chili’s is het dat wel. Nederlandse sambal is gewoon zoet in vergelijking.

Onze ober zijn Engels was vrij redelijk, maar aan ons accent kon hij niet horen dat wij niet uit Engeland kwamen. Toen Raymond dus op een gegeven moment zei dat hij eens naar Amsterdam moest komen kregen we dus flink te horen van hem wat hij vond dat er allemaal mis is met Nederlanders. Maar toen hij het daarna met ons over de politieke geschiedenis tussen Nederland en Indonesië wilde hebben had Raymond toch maar gezegd dat wij zelf Nederlands zijn. Als de ober op dat moment kon verdwijnselen, had hij het waarschijnlijk gedaan, zo erg als dat hij zich schaamde.

Uiteindelijk hebben we de ober toch overgehaald om dan maar naar München te komen en zijn we weer op pad gegaan. Er is ons wel weer een taksi aangeboden, maar dit keer wisten we de weg zeker! en we gingen weer lopen. Dat heeft ongeveer 2,5 uur geduurd, door donkere stegen en een heel stuk langs het strand, dat niet op de route lag, maar onze trots was gespaard.

De dag erop gingen we met de chauffeur van het hotel vroeg op stap voor een rit door de omgeving en om te sightseeën. Als eerst had de chauffeur bedacht om ons naar een lokale dans te brengen, maar dit trok ons toch niet zo, dus meteen begonnen met tempels kijken en een waterval. De waterval specifiek zonder gids trouwens ;D Hij was dan wel very very cheap, maar daar was ik wel klaar mee onderhand.

Tussendoor heeft Raymond ons meegenomen naar een lokaal eethuisje. Om dat goed uit te leggen is het handig om te weten dat in Kuta, waar wij verblijven, bijna alles is gericht op toeristen en daarom de restaurants lijken op wat wij gewend zijn. Verder landinwaarts is dat niet zo en de lokale eethuisjes die je daar vind zijn eigenlijk gewoon van bewoners die als bijverdienste eten koken voor toeristen of voorbijgangers. In vergelijking met de toeristische restaurants doen ze werkelijk voor verry verry cheap! en ze zijn echt blij met je als klant, maar als je ziet in wat voor omstandigheden ze moeten leven krijg je spontaan zin om flinke fooi te geven. Helaas stond hij voordat ik iets kon zeggen al klaar met mijn wisselgeld, en wederom was mijn Indonesisch niet goed genoeg om hem ervan te overtuigen dat hij het mocht houden.

Leave a Reply